Overzicht lessen Lexogoth

Hier vind je een overzicht van alle lessen die in Lexogoth aanwezig zijn als pdf’s; de meeste lessen bestrijken het A-niveau van het ERK, sommige hebben betrekking op het B-niveau.


  • grammatica
    1. uitspraakregels
    2. zelfstandig naamwoord en lidwoord
    3. bijvoeglijk naamwoord: deel 1
    4. bijvoeglijk naamwoord: deel 2
    5. enkele belangrijke onregelmatige werkwoorden in het heden
    6. werkwoord ‘avoir’ en uitdrukkingen
    7. werkwoord ‘être’
    8. werkwoorden eindigend op -ER
    9. werkwoorden eindigend op -IR, -RE, -OIR
    10. wederkerige en wederkerende werkwoorden
    11. beklemtoonde voornaamwoorden
    12. bevelen geven met de imperatief
    13. de getallen
    14. de ontkenning: deel 1
    15. de tijd en het weer
    16. de vraagstelling
    17. bezit uitdrukken
    18. het verleden: vorming ‘imparfait’
    19. het verleden: vorming ‘passé composé’
    20. het verleden: gebruik van ‘passé composé’ en ‘imparfait’
    21. recent verleden en nabije toekomst
    22. vorming en gebruik van de ‘futur simple’
    23. vorming en gebruik van de ‘conditionnel présent’
    24. vorming van de ‘subjonctif’
    25. gebruik van de ‘subjonctif’
    26. betrekkelijke voornaamwoorden
    27. de vergelijking
    28. doel, intentie en gevolg
    29. het bijwoord
    30. de voorwerpsvoornaam- woorden ‘cod’ en ‘coi’
    31. verwijzen naar personen en dingen
    32. het voornaamwoord ‘en’
    33. het voornaamwoord ‘y’
    34. een hoeveelheid uitdrukken
    35. onbepaalde voornaamwoorden en adjectieven
    36. zich situeren in ruimte
    37. oorzaak uitdrukken
    38. voorwaarden uitdrukken
    39. le gérondif
    40. U01: expression de l’hypothèse
    41. U02: temps et modes
    42. U03: verbes conjugués avec être
    43. U04: adjectifs cas particuliers
    44. U05: temps du passé
    45. U06: abrégé du subjonctif
    46. U07: expression cause, conséquence, but
    47. U08: expression de la concession et de l’ opposition
    48. U09: accord sujet -verbe avec quantité
    49. U10: la voix passive
    50. U11: accord du participe passé
    51. U12: les registres de langue
  • woordenschat
    1. nationaliteiten en landen
    2. familie
    3. etappes in het leven
    4. de beroepen
    5. praten over school
    6. vrije tijd, deel 1: loisirs
    7. vrije tijd, deel 2: culture
    8. vrije tijd, deel 3: voyager
    9. transport en verkeer
    10. zich situeren in de stad, op de weg, algemene diensten
    11. aankopen,deel 1: winkels
    12. aankopen, deel 2: geldzaken
    13. wonen en de delen van het huis
    14. maaltijden, keuken, restaurant
    15. voeding en recepten
    16. karakter, emoties en gevoelens
    17. beschrijving van het uiterlijk
    18. gezondheid en lichaam
    19. handelingen uit het dagelijks leven
    20. de wereld van de televisie
    21. internet en nieuwe technologie
    22. U01: huren, immo, contracten
    23. U02: rijbewijs, wegcode, verkeer
    24. U03: hoger onderwijs
  • taalhandelingen
    1. conversatie beginnen en eindigen
    2. zich voorstellen
    3. zich informeren over beroepen
    4. voorkeuren uitdrukken, deel 1: algemeen
    5. voorkeuren uitdrukken, deel 2: informeren over vrije tijd
    6. reserveren hotel, plaats, biljet
    7. uitnodigen; weigeren en aanvaarden, voorstellen
    8. activiteiten uit het verleden, persoonlijke ervaringen vertellen
    9. instructies geven, de weg vragen
    10. informatie geven over hoeveelheden en prijzen
    11. informatie geven over immo
    12. bestellen op restaurant en informatie geven
    13. over gewoonten spreken
    14. karakter beschrijven en gevoelens uitdrukken
    15. praten over gezondheid bij de dokter
    16. hulp, diensten,… aanbieden, aanvaarden of weigeren
    17. telefoneren
    18. informele uitnodiging schrijven
    19. formele documenten en gesprekken
    20. ideeen, zekerheid, waarschijnlijkheid, akkoord,… uitdrukken
    21. irritatie, klachten, ongeloof en excuses uitdrukken

Nederlands | Engels